Alle lessen
Nationaliteiten & volksnamen
Woorden die naar mensen verwijzen op basis van hun herkomst — nationaliteiten, volksnamen en bewoners van een stad of regio — gebruiken in het Nederlands altijd "de".
Dit geldt voor landen: de Nederlander, de Belg, de Fransman, de Duitser, de Amerikaan. En voor regio's en steden: de Amsterdammer, de Fries, de Vlaming, de Limburger.
De reden is hetzelfde als bij andere mensenwoorden: mensen hebben een grammaticaal geslacht (mannelijk of vrouwelijk), en beide vallen onder gemeengeslacht, dus "de".
Let op: de naam van de taal die zo'n volk spreekt is juist "het" — het Frans, het Duits, het Fries. Maar de persoon die die taal spreekt is "de": de Fransman, de Duitser, de Fries.
Voorbeelden